Land van wad, verlangen naar thuiskomen

Uitgestrekt, leeg, kaal, guur, altijd wind en zwarte klei.

Dat is Noord Oost Friesland.

Ik verhuisde er na 48 jaar Rotterdam naar toe.

De chaos en overweldigende drukte van de stad verruild voor de leegte van het wad en het achterland.

Een landschap dat voelt als thuiskomen.

Een plek die vrijheid, inspiratie, rust en ruimte om te zijn geeft.

Het wad troost, relativeert, ontroert, verwondert.

Geen enkele seconde hetzelfde.

Dramatisch, verstild, grimmig, lieflijk, vergankelijk.

De geur van verrotting van het slik, overweldigende luchten, eenzaamheid, gesneuvelde dieren, onweerstaanbare kleuren en magische licht.

Toen ik in 2012 mijn droom om te verhuizen bekend maakte, verklaarde bijna iedereen me voor gek.

‘Wacht maar tot het winter wordt, meisje’ zeiden zelfs de Friezen, ‘dan verlang je terug naar de stad’.

Na een paar jaar wonen en werken heel hoog boven in Nederland, kan ik niet anders dan concluderen dat de herfst en winter juist de meest mooie jaargetijden zijn.

Sinds 2011 gaat veel van mijn werk over het wad.

Mijn camera is mijn dagboek geworden. Mijn foto’s mijn gevoel.

In de grote stad voelde ik me vaak eenzaam en verloren.

Gewapend met een stadse hardheid ter bescherming.

In het lege en eenzame landschap viel de hardheid weg. Kwam de kwetsbaarheid terug.

Vechten met de storm om onrust weg te blazen, uren naar de wisseling van het tij kijken en relativeren.

Elke keer weer verwondering over de patronen en sporen in het slik als de zee zich terug trekt.

Een gevoel van intens geluk als er grote zwermen vogels langs of over vliegen.

De plek waar ik thuishoor.