de geur van aardappel | LAB183
19157
page-template-default,page,page-id-19157,theme-bridge,bridge-core-1.0.4,wpb-wl-woocommerce,woocommerce,woocommerce-no-js,ajax_fade,page_not_loaded,, vertical_menu_transparency vertical_menu_transparency_on,qode-content-sidebar-responsive,columns-3,qode-theme-ver-19.0.2,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-5.7,vc_responsive,currency-eur

de geur van aardappel

de geur van aardappel

Al vanaf dat ik heel klein was, hangt de geur van aardappel in mijn neus.
Mijn vader had een snackbar.
Hij schrapte en sneed zelf zijn aardappels tot patat.
Elke dag weer.
1 x per week kwam de aardappelboer aardappels brengen. En uien.
Mijn moeder draaide speciale ‘vaderwassen’.
Overjassen met aardappelgeur. Wit en blauw.
En spijkerbroeken met vetgeur.

 

In de schuur -donker en vochtig- hing de doordringende geur van aardappel.
Enorme spinnen en webben.
Het geluid van de patattensnijder.
Een klap als ze er doorheen geperst werden.
Aardappel voor aardappel.
Met de hand.
Als klein meisje een spannende plek om rond te hangen.
Ik moest flink groter groeien voor ik ook de kracht had om het ijzeren raamwerk door de rauwe aardappel te snijden.

 

Met de komst van de net geoogste nieuwe aardappel was het feest.
Dat waren de lekkerste patatten.
Even voorbakken, laten rusten en afbakken.

 

Nu woon ik op het platteland.
De buurman kweekt pootaardappels.
Ik ruik de geur.
Langzaam komen de herinneringen en ben ik terug in de schuur van mijn vader.
Ik verdwaal in vroeger.

 

Het is oogstseizoen.
De aardappels worden van het land gehaald om in de winter verpakt te worden.
Zodat ze op warme, verre plekken uit kunnen groeien tot nieuwe aardappels.

 

Ik denk terug aan mijn jeugd.
Een klein blond meisje in de stad.
Af en toe met mijn vader mee.
Naar de aardappelboer. Kijken bij het schapen scheren.
Mee naar de eierboer. Verbazing over zoveel kippen in ijzeren hokken in een grote, donkere schuur. De eieren uit de hokken gerold. Het gekakel oorverdovend
En soms mee naar de Makro, waar ik dan speelde tussen de suikerbieten en het mais.

 

Dat kleine stadse meisje wat het liefst een oude, versleten spijkerbroek en kaplaarzen aan had en op avontuur ging in de weilanden.
Elke kat en hond die ze tegen kwam, moest geaaid.
Helemaal alleen in het weiland lammetjes geboren zien worden.
Helpen bij het kalveren op de boerderij. Uilenballen in het bos uitpluizen.
En vol verwondering en blijdschap een dode mol mee naar huis nemen.

 

Herinneringen door de geur van aardappel.